Geen recht bestuurder failliete vennootschap op doorbetaling loon
1 Januari 2012 - Insolventierecht nieuws
Het Gerechtshof in Leeuwarden heeft in een recente uitspraak over het recht van een bestuurder van een failliete vennootschap op doorbetaling van loon.
De werknemer in kwestie was enig bestuurder en enig aandeelhouder van een vennootschap. Hij was per 1 juni 2004 een arbeidsovereenkomst met de vennootschap aangegaan als directeur/commercieel buitendienstmedewerker. De vennootschap is in april 2008 op eigen aangifte in staat van faillissement verklaard. Na de faillietverklaring van de vennootschap zijn de werkzaamheden van de vennootschap gestaakt. In december 2008 heeft de werknemer bij de curator aanspraak gemaakt op doorbetaling van zijn volledige loon. De curator heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven.
De loonvordering werd door de kantonrechter te Winschoten is afgewezen. De werknemer ging tegen die uitspraak in hoger beroep bij het Gerechtshof. Het Gerechtshof overwoog dat naar vaste jurisprudentie ook tussen een directeur/groot aandeelhouder en een vennootschap een arbeidsovereenkomst kan bestaan. In de sociale zekerheidswetgeving wordt de directeur/grootaandeelhouder sinds 1985 echter niet meer als werknemer aangemerkt. Een directeur/groot aandeelhouder heeft dan ook geen recht op bijvoorbeeld een WW-uitkering in geval van werkloosheid. Ook in het geval van een faillissement is er volgens het Gerechtshof reden voor relativering van de arbeidsovereenkomst die de werknemer als enig aandeelhouder met zijn vennootschap heeft gesloten. Het hof wijst er daarbij op dat indien de werknemer de onderneming in een andere rechtsvorm (eenmanszaak of v.o.f.) had gedreven, hij ook geen recht zou hebben gehad op vergoeding voor gemiste inkomsten vanaf de faillissementsdatum. Voorts zou de vordering van de werknemer moeten worden betaald uit de boedel en zou deze in rang in feite boven alle prefaillissementsschulden gaan. In dit geval, waar de werknemer als enig aandeelhouder alle touwtjes in handen had en hij zich ook naar buiten toe als eigenaar presenteerde, zijn er vanaf het moment dat hij feitelijk zelf het faillissement van zijn vennootschap heeft aangevraagd, geen redenen meer om zijn verhouding tot de failliete vennootschap aan te merken als een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 40 van de Faillissementswet. Van de daar bedoelde gezagssituatie en afhankelijke positie als werknemer is geen sprake geweest, terwijl voorts met het uitspreken van het faillissement de bestuursmacht van de werknemer tot een einde is gekomen.
Het hof wees de vordering van de directeur tot loonbetaling vanaf de datum van faillietverklaring dus af.
Voor meer informatie of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Floris Lewis van de sectie faillissementsrecht (tel: 010-7504475 of e-mail floris.lewis@thladvocaten.nl)