Nieuws-detail -

Hoge Raad: Rechter mag niet beslissen op grond van ter terechtzitting door werkgever getoonde camerabeelden.

20 maart 2026 - Arbeidsrecht nieuws

Op 13 maart 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een geschil tussen PostNL en een werknemer. Het ging om de vraag of de werknemer terecht op staande voet was ontslagen wegens diefstal. Het hof had geoordeeld dat de werkgever dat had bewezen aan de hand van videobeelden die voorafgaand aan de zitting bij het hof aan het hof en aan de advocaat van de werknemer waren verstuurd.

De beelden waren niet makkelijk te bekijken. Daartoe moest een speciaal programma  worden gedownload. Dat lukte het hof wel, maar de advocaat van de werknemer niet vanwege vakantie en in verband met de beveiliging (waarmee waarschijnlijk werd gedoeld op de onmogelijkheid om ‘vreemde’ programma’s’ binnen de kantoorautomatisering te downloaden. De werknemer en zijn advocaat konden daardoor alleen op de zitting bij het hof en dus niet al vantevoren de beelden bekijken. De advocaat van de werknemer had ook voorafgaand aan de zitting aan het hof en de advocaat van PostNL meegedeeld dat hij de beelden niet kon bekijken.

Het hof liet de beelden toe als bewijs en oordeelde dat PostNL de werknemer terecht op staande voet had ontslagen. De werknemer was het hiermee niet eens. Hij betoogde bij de Hoge Raad dat de beelden buiten beschouwing moesten worden gelaten en dat het hof hem in ieder geval in de gelegenheid had moeten stellen om na de zitting alsnog van de beelden kennis te nemen en zich daarover uit te laten.   

Uitspraak van de Hoge Raad

De Hoge Raad gaat in het standpunt van de werknemer mee en overweegt:

Zoals blijkt uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in hoger beroep (zie hiervoor in 2.5) was het hof ermee bekend dat (de advocaat van) de werknemer de door PostNL overgelegde camerabeelden wegens technische redenen niet voorafgaand aan de mondelinge behandeling had kunnen bekijken (de beelden konden alleen met een speciaal programma worden afgespeeld), terwijl hij kenbaar had gemaakt dat wel te willen. Teneinde de beginselen van hoor en wederhoor (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en equality of arms (art. 6 EVRM) te waarborgen had het hof – dat zijn oordeel over het ontslag op staande voet mede op de tijdens de mondelinge behandeling getoonde camerabeelden heeft gebaseerd – genoegzame maatregelen moeten nemen om adequate kennisneming van de volledige door PostNL overgelegde, en door het hof voorafgaand aan de zitting bekeken, camerabeelden door de werknemer mogelijk te maken en de werknemer in staat te stellen zich daarover uit te laten.

Tot slot

De uitspraak van de Hoge Raad is van belang voor alle procedures waarin beelden worden gebruikt als bewijs. Die beelden zullen tijdig voorafgaand aan de zitting aan de rechter en de wederpartij gestuurd moeten worden, bij voorkeur in een gangbaar bestand. Lukt dat niet, dan is het dus zaak zoveel mogelijk te controleren of de (advocaat van de) wederpartij de bestanden kan openen en, zo niet, te bezien hoe dat alsnog kan worden gefaciliteerd.

Het zonder deugdelijke grond pas op de zitting tonen van beeldmateriaal, zonder voorafgaande verzending aan rechter en wederpartij, kan gezien deze uitspraak sowieso niet door de beugel.

Voor meer informatie of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Erik Lichtenveldt (tel: 010 – 750 44 75 of e-mail: el@thladvocaten.nl).   

Deel dit artikel:

De sharefunctionaliteit is niet beschikbaar omdat de cookies zijn uitgeschakeld. Kunnen cookies weer worden geactiveerd?

Terug naar vorige pagina
Wij gebruiken cookies om de ervaring op onze website te verbeteren, statistieken bij te houden en je toegang te geven tot onze social media.
Door gebruik te maken van deze website of door op akkoord te drukken, ga je akkoord met ons cookiebeleid. Je kan cookies ook niet accepteren.